Veranderingen (deel 3)
Goed, we zijn toe aan de laatste belangrijke verschillen (voor mij) tussen promoveren aan de universiteit en werken in een bedrijf.Eén behoorlijk verschil is de gemiddelde leeftijd van de mensen om je heen. Een universiteit wordt bevolkt door een leger jonge studenten, een groot aantal best wel jonge AIO's, en eigenlijk maar een relatief klein percentage wetenschappelijk en ondersteunend personeel dat ouder is. Als laatstejaars AIO behoor je bij scheikunde volgens mij al gemakkelijk tot het oudste kwart van de mensen die er rondlopen!
En nu ben ik ineens weer een van de jonkies. Ik heb drie collega's die dezelfde functie hebben als ik, en daarvan is er even oud als ik, de andere twee zijn respectievelijk halverwege de dertig en tegen de zestig. Er loopt wel een aantal laboranten rond dat jonger is dan ik, maar het overgrote deel van de mensen is een stuk ouder. En ondanks het feit dat men heel erg informeel is in de omgang - tot aan de directeur spreekt iedereen elkaar met de voornaam aan - levert dat toch een wezenlijk andere sfeer op. Geen slechte - ik kan het prima vinden met mijn collega's - maar het is wel even wennen.
Dan is er de research. Tijdens je promotie staat alles in het teken van het onderzoeken en wordt je geacht de tijd te nemen om alles uit te pluizen. Je produceert immers wetenschappelijke publicaties, en je krijgt je onderzoeken alleen gepubliceerd als het verhaal goed dichtgetimmerd is. In het bedrijfsleven ligt dat heel anders. Publiceren gebeurt sowieso maar mondjesmaat, omdat het vaak gunstiger is om je bevindingen voor de buitenwereld geheim te houden. Bovendien ligt er meer tijdsdruk op het onderzoek. Iedereen vindt het hartstikke leuk om te weten waarom een bepaald verschijnsel optreedt, maar in de praktijk is er vaak geen tijd om dat helemaal uit te zoeken, en moet je je beperken tot het vinden van een werkbare oplossing.
Niet iedereen begrijpt waarschijnlijk meteen het verschil tussen deze twee manieren van onderzoek doen, dus zal ik proberen dat even toe te lichten met een voorbeeld. Stel, er duikt een of andere kever op die de blaadjes van planten opeet, en sommige planten worden daar op een of andere manier zo ziek van, dat ze er dood aan gaan. Leg dit probleem voor aan een onderzoeker, en die zal beginnen met bedenken waar dat door zou kunnen komen (hij stelt een hypothese op). Werkt die onderzoeker nou aan een universiteit, dan gaat hij het plantje en de kever uitgebreid onderzoeken om te bewijzen dat zijn hypothese klopt. Maar werkt diezelfde onderzoeker bij een bedrijf, dan neemt ie waarschijnlijk voor het gemak aan dat zijn hypothese klopt en slaat ie de bewijs-stap over. Hij begint dan dus meteen met het uittesten van oplossingen. Nadeel van die laatste methode is dat als je theorie niet klopt je oplossingen waarschijnlijk niet werken, en dat zelfs als ze wél werken je nog niet zeker weet of je hypothese wel goed was. Voordeel is dat je in veel gevallen sneller een oplossing zal vinden. (Wellicht een wat ongenuanceerd voorbeeld, maar het idee is duidelijk, denk ik.)
Wat ik persoonlijk een voordeel vind van het onderzoek bij een bedrijf is dat de onderzoeksvraag vaak een stuk helderder is dan op de universiteit het geval was, zodat je meer het gevoel hebt naar een doel toe te werken, in plaats van dat je gewoon maar alles aan het onderzoeken bent in de hoop op iets interessants te stuiten.
Ook een grote verandering voor mij is dat ik in mijn nieuwe functie waarschijnlijk niet of nauwelijks meer in het lab zal staan. Als ik iets getest wil hebben, dan leg ik uit aan een van de laboranten wat ik precies wil, en dan gaat die dat voor mij doen. Af en toe zal ik ook nog wel eens zelf wat kunnen prutsen, maar over de frequentie daarvan durf ik niks te zeggen. Het zou kunnen dat ik dat praktische aspect op termijn nog eens ga missen, maar op dit moment zie ik er nog geen probleem in.
Als laatste is er de kwestie van de hoeveelheid chemicaliën die nodig zijn voor een test. Kon ik op de universiteit een jaar voort met 15 milligram (niet van harte, maar toch), hier komt niemand in actie voordat er minimaal een kilo materiaal ligt. Maar wil je echt los gaan, dan heb je al gauw een paar honderd kilo nodig!
Alles bij elkaar heel wat veranderingen, maar dat is natuurlijk niet perse slecht. Voorlopig zijn de eerste twee maanden me in ieder geval best bevallen. Langzamerhand begin ik ook steeds beter te begrijpen hoe alles in zijn werk gaat en wat er van me verwacht wordt. Uiteraard zal ik jullie hier op de hoogte blijven houden van al mijn spannende avonturen!
3 opmerkingen:
maar, waar staat dat plaatje van een shirt voor?
O, het is een labjas, schijnt. Een schone, en hij zwaait, dus ik vond het wel illustratief voor het feit dat ik niet vaak meer in het lab zal staan.
(Een beetje een kont-verklaring, maar ik kon geen beter plaatje vinden.)
Het eerste wat ik dacht bij dat plaatje : die ziet er beter uit dan jouw labjas. Of is de eerste labjas met al die opgelapte gaten ondertussen vervangen??
Een reactie posten